Baardige melkzwam (Lactarius torminosus)
Bovenzijde hoedZijaanzichtOnderaanzicht met melksap

De baardige melkzwam is een tamelijk algemeen voorkomende paddenstoel uit de Russula-familie, die vrijwel altijd groeit bij (oude) berken, en op nogal vochtige plaatsen (7,8,12). In Noord Amerika kan hij echter ook bij hemlocksparren en bij ratelpopulieren worden aangetroffen (1,6). De vruchtlichamen kunnen behoorlijk groot zijn (hoeddiameter tot 12 cm, in zeldzame gevallen zelfs tot 15 cm).  De hoed is aanvankelijk  bol, maar  later vlak uitgespreid met een verdiept centrum. Uiteindelijk krijgt hij de vorm van een ondiepe trechter.  De kleur van de hoed is (bleek) zalmkleurig, roze tot bruinachtig en het oppervlak vertoont dikwijls concentrische ringen, van lichtere en donkerder zones die elkaar afwisselen. Bij oudere exemplaren kunnen die ringen vervagen en nauwelijks meer zichtbaar zijn (1,2,6). De hoedrand blijft lang ingerold en is ruig en harig. Ook de bovenzijde van de hoed is met harig dons bedekt, maar oudere exemplaren vertonen een neiging tot kaal worden.Vooral bij nat weer is het hoedoppervlak vettig.  De steel van de paddenstoel is  stevig, witachtig tot bleekroze van kleur, tot 9 cm lang en 2-3 cm dik, en vertoont dikwijls roze vlekken. Bij oude exemplaren kan hij hol worden. De plaatjes aan de onderzijde van de hoed staan erg dicht opeen en lopen recht op de steel af of een klein beetje langs de steel naar beneden. In de buurt van de steel kunnen ze gevorkt zijn. Wanneer de paddenstoel wordt beschadigd komt er wit melksap uit dat nauwelijks verkleurt (1).

Naam

De Latijnse soortnaam torminosus betekent "kramp verwekkend" (1).  De genusnaam Lactarius betekent "melk producerend" en verwijst naar het melksap dat bij beschadiging uit de plaatjes komt. De baardige melkzwam kan worden verwisseld met de donzige melkzwam (Lactarius pubescens), die eveneens bij berken voorkomt. Het hoedoppervlak van die soort is echter bleker van tint en het vertoont nooit kleurzones (1,12). In Frankrijk wordt de baardige melkzwam "mouton" genoemd. De Fransen denken bij de beharing van de paddenstoel dus niet aan een baard maar aan een schapenvachtje (2). In Nederland is het "schaapje" echter de naam van een andere plaatjeszwam (Lactifluus vellereus). Agaricus torminosus en Agaricus lactifluus var. torminosus zijn synoniemen van Lactarius torminosus (7).

Eetbaarheid/nut

Baardige melkzwammen zijn voor mensen niet eetbaar, maar worden wel door eekhoorns genuttigd (3). Het melksap en het vlees van de paddenstoel smaken brandend scherp en veroorzaken ingewandsstoornissen (misselijkheid, krampen, overgeven, diarree) (4,6,10). Pijnlijke ontstekingsverschijnselen in de gewrichten zijn eveneens waargenomen (5). In Finland en Oost Europa wordt de paddenstoel desondanks gegeten, maar alleen na grondig te zijn voorbewerkt om zijn scherpe smaak en giftige eigenschappen kwijt te raken. De voorbewerking omvat: fijnsnijden, een nacht in water weken, met vers water kort opkoken, en pas na het afgieten van het kooknat verder verwerken (bij voorbeeld inmaken in zout water of in azijn). De giftige bitterstoffen worden op die manier verwijderd (1). Welke vluchtige stoffen de (terpentijnachtige) geur van de paddenstoel veroorzaken is in een Fins onderzoek vastgesteld (9). De chemische structuren van de belangrijkste bitterstoffen zijn eveneens bepaald (13).

Waar gevonden

Wij hebben zeer grote exemplaren van de baardige melkzwam (hoeddiameter 12 tot 15 cm) gevonden in het zuidelijk deel van het Smitpark, in de nabijheid van berken.  In hetzelfde jaar (2017) hebben we ook enkele vruchtlichamen, vermoedelijk van dezelfde soort, aangetroffen in het natuurpark De Oeverlanden, eveneens in de buurt van berken. Bovenstaande foto's werden gemaakt in het Smitpark. Volgens een Engelse site groeit de paddenstoel meestal "in open grasland nabij de rand van een bos, of  bij berken op een heide, en niet of nauwelijks in een dicht bos" (7). Het eerste is op onze vondsten van toepassing.

Literatuur

1. Birken-Milchling. Webdocument op de.wikipedia.org.
2. Destrée CE (1903) Melkbevattende plaatzwammen. De Levende Natuur 8:137-139.
3. Fogel R, Trappe JM (1978) Fungus consumption (mycophagy) by small animals. Northwest Science 52:1-31.
4. Ford WW (1926) A new classification of mycetismus (mushroom poisoning). J Pharm Exp Ther  29:305-309.
5. Kawamura S (1911) On a poisonous fungus, Lactarius torminosus (Schaeff.) Fr. which causes inflammation of human limbs. Botanical Magazine 25:104-115.
6. Lactarius torminosus. Webdocument op en.wikipedia.org.
7. Lactarius torminosus (Schaeff.) Pers. - Woolly Milkcap. Webdocument op www.first-nature.com.
8. Mason PA, Wilson J, Last FT (1984) Mycorrhizal fungi of Betula spp.: factors affecting their occurrence. Proc R Soc Edinburgh 85B:141-151.
9. Pyysalo H (1976) Identification of volatile compounds in seven edible fresh mushrooms. Acta Chem Scand B 30:235-244.
10. Steidle H (1930) Beiträge zur Toxikologie der höheren Pilze. I.Mitteilung: Lactarius torminosus (Birkenreizker, Giftreizker). Naunyn-Schmiedebergs Arch Pharmakol  158:232-252.
11. Teplyakova T, Kosogova T (2015) Fungal bioactive compounds with antiviral effect. J Pharm Pharmacol 3:357-371.
12. Watling R (1984) Macrofungi of birchwoods. Proc R Soc Edinburgh 85B:129-140.
13. Widén KG, Seppä EL (1979) 15-Hydroxyblennin A, a new lactarane-type sesquiterpene lactone isolated from Lactarius torminosus. Phytochemistry 18:1226-1227.

Terug naar de soortenlijst