Bedwelmende inktzwam (Coprinopsis narcotica) ?
Inktzwam zijaanzichtDetail hoed inktzwamOnderzijde hoed
In de berm van de Sportlaan (die net was omgewerkt, bemest en met gras ingezaaid) vonden we eens dit merkwaardige inktzwammetje (hoogte hoed ca. 1.5 cm). De rand van de hoed krulde omhoog en spleet. Het hoedoppervlak was muisgrijs en bedekt met witte korreltjes waarvan sommige bruin verkleurden. Deze korreltjes leken op wratten en konden gemakkelijk van de hoedhuid worden afgeveegd. Toen we de paddenstoel op zijn kop legden om de onderkant te fotograferen wreven we er veel van af. De plaatjes leken aanvankelijk licht van kleur te zijn (zie foto rechts, nabij de hoedrand) maar later donkerder te worden (zie foto rechts, dichter bij de steel). De paddenstoel had een opmerkelijke geur. Die geur is moeilijk te beschrijven: buitengewoon zwaar, vies, benevelend. Volgens velen gas- of teerachtig (3), maar volgens ons klopt de beschrijving van de Nederlandse Mycologische vereniging beter: "een vieze put lucht... de Nederlandse naam 'bedwelmende inktzwam' kan als een eufemisme worden opgevat" (2). Nadat we de zwam hadden geplukt zat zijn stank nog geruime tijd aan onze vingers, wat niet prettig was. Op grond van deze combinatie van kenmerken zou het de bedwelmende inktzwam geweest kunnen zijn. Deze soort kan zowel op de kale grond als op koemest of paardemest groeien (1,11,13). In Spanje is hij op uitgedroogde menselijke uitwerpselen aangetroffen (13). Volgens een Frans artikel zou hij een voorkeur hebben voor plantaardig afval (12), volgens een Pools artikel voor kleiige of zandige bodem, gemengd met compost of mest of plantenresten (5) De sporen van de bedwelmende inktzwam zijn omgeven door een omhulsel (perisporium) dat er onder de microscoop uitziet als een gerimpelde zak en dat vuilbruin verkleurt in ammonia (4,6-8). Volgens een Brits artikel kunnen de vruchtlichamen van Coprinopsis narcotica zich in een verstoord zwaartekrachtveld (snelle rotatie) normaal ontwikkelen, in tegenstelling tot de vruchtlichamen van vele andere paddenstoelen (9).

Naam

De genusnaam Coprinopsis is afgeleid van het Griekse woord kopros, dat "mest" betekent. De soortnaam narcotica is een Latijnse variant van de Griekse term narkotikos en betekent "verdovend", "slaapverwekkend" of "bedwelmend". De verwantschappen binnen de geslachten Coprinopsis en Parasola zijn onderzocht met behulp van moleculair-biologische technieken. Op grond van dit onderzoek zou de bedwelmende inktzwam verwant kunnen zijn met het hazenpootje, Coprinopsis lagopus (10). De grootsporige stinkinktzwam (Coprinopsis radicans) verspreidt ook een  vieze lucht (6), maar die groeit vrijwel altijd op mest en is nog veel zeldzamer dan de bedwelmende inktzwam. Een andere vies ruikende soort is de driesporige inktzwam (Coprinopsis trispora), maar deze is uiterst zeldzaam en strikt aan mest gebonden. Hij heeft basidiën met 3 sporen (niet zoals gebruikelijk met 4), vandaar zijn naam.

Eetbaarheid

De bedwelmende inktzwam is niet eetbaar en vermoedelijk zelfs giftig. Vanwege zijn onaangename geur, zeldzaamheid en kleine afmetingen zal ook vrijwel niemand in de verleiding komen om de paddenstoel in een maaltje te verwerken.

Waar gevonden

We hebben eens één vruchtlichaam van deze soort gevonden in een perkje voor de sporthal in Zuidhorn, waar de Sportlaan in een lus omheen loopt. Dit perkje was oorspronkelijk begroeid met bomen en struiken - maar de gemeente Zuidhorn had die allemaal gerooid, de bodem omgewoeld, bemest en ingezaaid met gras. Tussen dit gras stond op vrij kale bodem, vlakbij de trottoirband, op 30 september 2014 de bovenstaande paddenstoel.

Literatuur


1. Buller AH (1922) Researches on Fungi, Volume II: Further investigations upon the production and liberation of spores in Hymenomycetes. Longmans, Green, and Co., London.
2. Chrispijn R, van der Putte A (2010) De binnenlandse werkweek 2009: Alles is veel voor wie niet veel verwacht. Coolia 53:25-37.
3. Coprin narcotique. Webdocument op mycorance.free.fr/valchamp.
4. Coprinopsis narcotica (Batsch: Fr.) Redhead, Vilgalys & Moncalvo 2001. Webdocument op www.vielpilze.de.
5. Gierczyk B, Kujawa A, Pachlewski T, Szczepkowski A, Wojtowski M (2011) Rare species of the genus Coprinus Pers. s. lato. Acta Mycologica 46:27-73.
6. Kits van Waveren E (1968) The 'Stercorarius group' of the genus Coprinus. Persoonia 5:131-176.
7. Kühner R (1935) Coprinus narcoticus. Annales de la Société Linnéenne de Lyon, Nouvelle Série 78:95-100.
8. Kühner R (1973) Architecture de la paroi sporique des Hyménomycètes et de ses différenciations. Persoonia 7:217-248.
9. Moore D (1991) Perception and response to gravity in higher fungi - a critical appraisal. New Phytol 117:3-23.
10. Nagy LG, Kocsubé S, Papp T, Vágvölgyi C (2009) Phylogeny and character evolution of the coprinoid mushroom genus Parasola as inferred from LSU and ITS nrDNA sequence data. Persoonia 22:28-37.
11. Schenck E (1919) Coprinopsis narcotica. In: Die Fruchtkörperbildung bei einigen Bolbitius- und Coprinus-Arten. Badische Ruprecht-Karls-Universität, Heidelberg.
12. Tanchaud P (2015) Coprinopsis narcotica (Batsch: Fr.) Redhead et coll. Webdocument op www.mycocharentes.fr.
13. Vila J, Rocabruna A (1996) Aportación al conocimiento del género Coprinus Pers. en Cataluña II. Revista Catalana Micol V.19:73-90.

Terug naar de soortenlijst