Biefstukzwam (Fistulina hepatica)
Biefstukzwam bovenaanzichtBiefstukzwam onderaanzicht
De biefstukzwam is een parasitaire paddenstoel die vrijwel uitsluitend voorkomt op eiken, vooral holle, oude exemplaren (2). In zeldzame gevallen kan de zwam ook groeien op tamme kastanjes, notenbomen of essen. Beschadigingen van de bast van de gastheerboom fungeren als toegangspoort voor de sporen. Een eik die door de biefstukzwam is aangetast kan nog jarenlang relatief gezond blijven en stevig overeind blijven staan, pas na vele jaren begint de gezondheid van de gastheer onder de aanwezigheid van het mycelium van de paddenstoel te lijden. Het kernhout van geïnfecteerde bomen krijgt vaak een karakteristieke, diep roodbruine kleur (3,5), vanwege depositie van bruin materiaal in gastheercellen waarin hyfen zijn doorgedrongen (11) . Zulk hout was vroeger zeer gezocht bij meubelmakers en aanzienlijk duurder dan gewoon eikenhout (3). In het laatste stadium van aantasting veroorzaakt de biefstukzwam bruinrot en wordt het hout broos (4,11).

Naam

De genusnaam Fistulina betekent "met buisjes" of "met pijpjes". De onderzijde van de paddenstoel vertoont een specifiek buisjespatroon: elk buisje heeft zijn eigen wand en die wandjes zijn niet met elkaar vergroeid - zoals bij de meeste gaatjeszwammen het geval is. De soortnaam hepatica betekent "leverkleurig", "levervormig" of "leverachtig". Dit heeft betrekking op de aanblik van het volgroeide vruchtlichaam aan de bovenzijde. In de Middeleeuwen werd de paddenstoel beschouwd als een geneesmiddel tegen leverkwalen (8). De signatuurleer stelde dat planten of schimmels die op menselijke organen lijken als geneesmiddel voor aandoeningen van deze organen gebruikt kunnen worden. In het geval van de biefstukzwam was deze gedachte echter onjuist. De Nederlandse naam "biefstukzwam" slaat ook op het uiterlijk van de paddenstoel, en op het feit dat er bij beschadiging een rood sap uit het vruchtlichaam druipt dat aan bloed doet denken.

Eetbaarheid/nut

Biefstukzwammen zijn - vooral in jonge en verse toestand - eetbaar. Over de smaak lopen de meningen uiteen: sommigen beschouwen de - in dunne reepjes gesneden en gebakken of gesmoorde - zwam als aangenaam, anderen menen dat hij een zurige en niet erg aangename smaak heeft (6). Vanwege een hoog gehalte aan tannine is de paddenstoel ook slecht verteerbaar (9). Toch is er een techniek gepatenteerd om de vruchtlichamen voor commerciële doeleinden te kweken (7). Geurstoffen die de zwam produceert kunnen wijfjes aantrekken van de bonte knaagkever (Xestobium rufovillosum). Deze leggen hun eitjes bij voorkeur in hout dat al door schimmels is aangetast. De bruine poria (Donkiopora expansa) heeft voor deze kever de sterkste aantrekkingskracht (1). De vruchtlichamen van de biefstukzwam bevatten ellaginezuur en appelzuur in vrij hoge concentraties (10), naast anti-oxidanten (10). De samenstelling van de vluchtige geurstoffen die de paddenstoel produceert is onderzocht (12).

Waar gevonden

De biefstukzwam verschijnt al enkele jaren op de stam van een monumentale, aan de voet holle, eik in de westberm van De Gast, iets ten zuiden van de spoorwegovergang. Uit de holte bij de stamvoet komen in het najaar één of meerdere vruchtlichamen te voorschijn.

Literatuur


1. Belmain SR, Simmonds MSJ, Blaney WM (2002) Influence of odor from wood-decaying fungi on host selection behavior of deathwach beetle, Xestobium rufovillosum. J Chem Ecol 28:741-754.
2. Braid KW (1924) Some observations on Fistulina hepatica and hollow, stag-headed oaks. Trans Br myc Soc 9:210-213.
3. Cartwright KTSG (1937) A reinvestigation into the cause of "brown oak" , Fistulina hepatica (Huds.) Fr. Trans Br myc Soc 21:68-83.
4. Cartwright KTSG, Findlay WPK (1942) Principal decays of British hardwoods. Ann Appl Biol 29:219-253.
5. Cartwright KTSG, Findlay WPK (1943) Timber decay. Biol Rev 18:145-158.
6. Fistulina hepatica (Schaeff.) With. - Beefsteak Fungus. Webdocument op www.first-nature.com.
7. Hattori R, Tanaka H (1997) Method for growing fruit body of Fistulina hepatica. US Patent 5,590,489.
8. Molitoris HP (1994) Mushrooms in medicine. Folia Microbiol 39:91-98.
9. Papi J u.Ä. Eichen-Leberreischling. Webdocument op de.wikipedia.org.
10. Ribeiro B, Valentao P, Baptista P, Seabra RM, Andrade PB (2007) Phenolic compounds, organic acids profiles and antioxidative properties of beefsteak fungus (Fistulina hepatica). Food Chem Toxicol 45:1805-1813.
11. Schwarze FWMR, Baum S, Fink S (2000) Dual modes of degradation by Fistulina hepatica in xylem cell walls of Quercus robur. Mycol Res 104:846-852.
12. Wu S, Krings U, Zorn H, Berger RG (2005) Volatile compounds from the fruiting bodies of beefsteak fungus Fistulina hepatica (Schaeffer: Fr.) Fr. Food Chem 92:221-226.

Terug naar de soortenlijst