Bleekgele mycena (Mycena flavoalba)?
GroeiplaatsZijaanzicht3ZijaanzichtOnderaanzicht
Bleekgele mycena's kunnen verspreid of in groepjes verschijnen, tussen gras en mos  in schrale tot matig bemeste graslanden,  op zwakzure tot basische zand-, leem- en kleibodems (3), in de maanden oktober tot december (8). Het mycelium leeft van de afbraak van dode grashalmen en grof strooisel (1,9).  De hoed van de paddenstoel kan 0,5 tot 1,5 centimeter breed worden. Hij heeft aanvankelijk een kegelvorm, maar wordt later meer afgeplat.  In het midden van de hoed is soms een kleine umbo (knobbel) aanwezig. De hoed is gegroefd, doorschijnend gestreept en ivoorwit tot geelwit van kleur, dikwijls met een donkerder gekleurd centrum.  Aan de onderkant van de hoed zijn 18 tot 24 lamellen (plaatjes) aanwezig, die doorlopen tot aan de steel en dichtbij de steel aan elkaar vastzitten.  Bij oude exemplaren kunnen er "aders" tussen de plaatjes lopen (zoals op onze foto's van de helmmycena is te zien). De plaatjes zijn aanvankelijk wit en later bleekgeel. De steel van de paddenstoel is lang,  dun en hol. Hij kan 2 tot 8 cm lang en 1 tot 2 mm dik worden.  Nabij de top is de steel meestal wat dunner dan in het midden. Bovenaan is de steel wit tot geelwit en doorschijnend, onderaan wat donkerder gekleurd (6). Het steeloppervlak is glad (1). De soort komt  voor in Europa, Noord Amerika, Zuid Amerika, Noord Afrika en het Midden Oosten (4,5,7,10).

Naam

De genusnaam Mycena houdt vermoedelijk verband met het Griekse woord mukès, dat "paddenstoel" betekent. Flavoalba betekent "geelwit". Atheniella flavoalba is een synoniem van Mycena flavoalba (1). Andere synoniemen zijn Agaricus flavoalbus, Agaricus luteoalbus, Hemimycena flavoalba en Marasmiellus flavoalbus (4,5).  De bleekgele mycena kan worden verwisseld met een aantal andere paddenstoelsoorten, waaronde de sneeuwwitte mycena (Hemimycena lactea) en de witte stinkmycena (Hemimycena delectabilis).  Bij die soorten ontbreekt echter de gele tint. en hun lamellen lopen af op de steel. Verwisseling is ook mogelijk met de ranzige mycena  (Mycena olida), de geelgrijze mycena (Mycena xantholeuca) en de graskleefsteelmycena (Mycena epipterygia), hoewel deze soorten meer aan bos zijn gebonden (6,8,10). Om ze op naam te brengen moeten kleine mycena's microscopisch worden onderzocht. Volgens een Noors onderzoek gaat het bij Mycena flavoalba in werkelijkheid om twee verschillende soorten. Een van die twee zou in genetisch opzicht samenvallen met Mycena floridula, een roze paddenstoeltje dat afgezien van de kleur in alle opzichten op Mycena flavoalba lijkt (2). Volgens anderen is Mycena floridula echter een synoniem van Mycena adonis (de adonismycena). De naamgeving van mycena's blijft moeilijk.

Eetbaarheid/nut

Bleekgele mycena's zijn niet eetbaar (4,10,11). De paddenstoeltjes hebben  volgens de meeste waarnemers geen opvallende geur (1), maar volgens een Franse site een heel lichte radijsgeur (6).

Waar gevonden

Bleekgele mycena's verschenen in de afgelopen jaren een aantal malen in de zuidberm van het Bospad, een grazig lapje grond dat wordt beschaduwd door loof- en naaldbomen, en ook in de grazige noordberm van de Hanckemalaan

Literatuur


1. Aronsen A  Mycena flavoalba (Fr.) Quél. Webdocument op mycena.no [The Mycenas of Northern Europe].
2. Aronsen A, Larsson E (2016) Studier i släktet Mycena - 2. Mycena floridula - en färgvariant av Mycena flavoalba (gulvit hätta). Svensk Mykologisk Tidskrift 37:26-31.
3. Jalink L (2002) Bleekgele mycena (Mycena flavoalba) Webdocument op werthof.home.xs4all.nl/paddenstoelen.
4. Mycena flavoalba. Webdocument op en.wikipedia.org.
5. Mycena flavoalba (Fr.) Quél. - Ivory Bonnet. Webdocument op www.first-nature.com.
6. Mycène jaune pâle. Webdocumen op mycorance.free.fr/valchamp.
7. Smith AH (1939) Studies in the genus Mycena V. Mycologia 31:267-285.
8. Tanchaud P (2015)  Mycena flavoalba (Fr.) Quélet. Webdocument op www.mycocharentes.fr.
9. Tyler G (1991) Ecology of the genus Mycena in beech (Fagus sylvatica), oak (Quercus robur) and hornbeam (Carpinus betulus) forest of S.Sweden. Nord J Bot 11:111-121.
10. Weißgelber Helmling. Webdocument op de.wikipedia.org.
11. Zitronengelber Helmling. Webdocument op www.123pilze.de.

Terug naar de soortenlijst