Geelbruine spleetvezelkop (Inocybe rimosa) ?
Spleetvezelkop zijaanzichtSpleetvezelkoppen bovenaanzichtSpleetvezelkop onderaanzichtSpleetvezelkop bij station
De geelbruine spleetvezelkop is een kleine mycorrhiza-paddenstoel (hoeddiameter 3 tot 6 centimeter) die over vrijwel de gehele wereld voorkomt. Hij is te vinden aan bosranden, langs bospaden, in laanbermen en in beschaduwde parken en tuinen, meestal bij loofbomen en slechts zelden bij naaldbomen (5,6,9,10). De kegelvormige hoed is strogeel tot geelbruin van kleur en heeft een okerkleurige umbo (knobbel) in het midden. Bij veroudering spreidt hij zich vlakker uit. De plaatjes aan de onderzijde zijn aanvankelijk groengeel, om later bruinachtig te verkleuren. Ze zijn dikwijls gegolfd, uitgebocht aangehecht aan de steel en er kunnen kortere plaatjes (lamellulae) tussenin staan. De steel is geelbruin, bleekgeel of witachtig, cylindrisch van vorm en aan de basis soms iets verdikt (maar nooit sterk opgezwollen). In jonge toestand is hij bedekt met vezelige franje (4,6). De kleur van de steel is meestal lichter dan die van de hoed (15).

Naam

De genusnaam Inocybe is afgeleid van het Griekse woord inos, dat "vezel" en het woord kube, dat "hoofd" of "kop" betekent (1). De soortnaam rimosa is afkomstig van het Latijnse woord rimosus ("gespleten" of "gebarsten"). Volgens recente studies is Inocybe rimosa niet één enkele soort, maar een complex van meerdere soorten (2,11,16). Agaricus fastigiatus, Agaricus rimosus, Gymnopus rimosus, Inocybe fastigiata, Inocybe schista, en Inocybe umbrinella zijn synoniemen van Inocybe rimosa (7). De naam "spleetvezelkop" heeft betrekking op het feit dat de hoedhuid tussen de radiaal verlopende vezels pleegt te splijten (13).

Eetbaarheid/nut

De geelbruine spleetvezelkop bevat muscarine in hoge concentraties en is daarom buitengewoon giftig (1). De vergiftigingsverschijnselen bestaan uit: hevig zweten, overmatige speekselproductie, tremor, stoornissen van het gezichtsvermogen, ademhalingsmoeilijkheden, vertraging van de hartslag, maagpijn, buikpijn, braken, diarree en overmatig urineverlies (1,3,12,14,17). In ernstige gevallen kan de vergiftiging een dodelijke afloop hebben (8), maar normaliter verdwijnen de symptomen binnen enkele dagen. Ze kunnen behalve door het leegpompen van de maag ook worden bestreden door het slachtoffer atropine toe te dienen. Een vezelkopvergiftiging is daarom minder gevaarlijk dan een vergiftiging door de groene knolamaniet. Vanwege de vergiftigingsverschijnselen staat de geelbruine spleetvezelkop in Japan bekend als asetake ("zweetpaddenstoel") (14).

Waar gevonden

Spleetvezelkoppen kunnen bijna elk jaar in groot aantal worden gevonden langs de Wilhelminalaan, de Stationsweg en de Gast. Bij verschillende boomsoorten (eiken, beuken, linden).

Literatuur


1. Fahrig C (1920) Über die Vergiftung durch Pilze aus der Gattung Inocybe (Rißpilze und Faserköpfe). Archiv für experimentelle Pathologie und Pharmakologie 88:227-246.
2. Fernández Sasia R (2013) Tres Inocybe de la Sección Rimosae. Boletin informativo, Sociedad Micológica Extremeña 13:28-34.
3. Gonmori K, Fujita H, Yokoyama K, Watanabe K, Suzuki O (2011) Mushroom toxins: a forensic toxicological review. Forensic Toxicol 29:85-94.
4. Inocybe rimosa. Webdocument op www.fichasmicologicas.com.
5. Inocybe rimosa (Bull.: Fr.) Kummer (= Inocybe fastigiata (Schaeffer) Quélet). Webdocument op www.ambbresadola.it.
6. Inocybe rimosa (Bull.: Fr.) Kumm. = Inocybe fastigiata (Sch.: Fr.) Quél. Webdocument op www.micoex.org.
7. Inocybe rimosa (Bull.) P. Kumm. - Torn Fibrecap. Webdocument op www.first-nature.com.
8. Isiloglu M, Helfer S, Alli H, Yilmaz F (2009) A fatal Inocybe (Fr.) Fr. poisoning in Mediterranean Turkey. Turk J Bot 33:71-73.
9. Kegeliger Risspilz Inocybe rimosa. Webdocument op www.123pilze.de.
10. Kuo M (2005) Inocybe rimosa. Webdocument op www.mushroomexpert.com.
11. Larsson E, Ryberg M, Moreau PA, Delcuse Mathiesen A, Jacobsson S (2009) Taxonomy and evolutionary relationships within species of section Rimosae (Inocybe) based on ITS, LSU and mtSSU sequence data. Persoonia 23:86-98.
12. Lee S, Nam SJ, Choi R, Hyun C (2009) Mushroom poisoning by Inocybe fastigiata in a Maltese dog. Journal of Animal and Veterinary Advances 8:708-710.
13. Murrill WA (1912) Illustrations of Fungi X. Mycologia 4:1-6.
14. Muto K (1918) On the poisonous action of "Asetake". J Pharmacol Exp Ther 11:147-158.
15. Studt O u.Ä. Kegeliger Risspilz. Webdocument op de.wikipedia.org.
16. Veraghtert W (2013) Knoeien met vezelkoppen? Sporen 2013/3:16-21.
17. Wilson D (1947) Poisoning by Inocybe fastigiata. Br Med J (Aug.23): 297.

Terug naar de soortenlijst