Izabelkleurig breeksteeltje (Conocybe albipes)
Zijaanzicht jong exemplaarZijaanzichtOnderaanzichtZijaanzicht oud exemplaar
Izabelkleurige breeksteeltjes zijn kleine paddenstoeltjes met een hoed die een stompe kegelvorm heeft. De hoed is maximaal 2 à 3  cm hoog en breed. Hij is zoals de naam aangeeft, "izabelkleurig", dat wil zeggen: geelachtig of vuilwit, en kan van zwakke lengtegroeven zijn voorzien (8).  De steel van de vruchtlichamen is lang en dun (tot 11 cm hoog en 3 mm dik), wit, bepoederd en onderaan enigszins verdikt. De plaatjes aan de onderzijde van de hoed staan dicht opeen, zien er aanvankelijk bleek okerkleurig uit maar worden spoedig roest- of kaneelbruin. Izabelkleurige breeksteeltjes leven van de afbraak van dood plantaardig materiaal. Ze verschijnen dikwijls op voedselrijke grazige plaatsen, in gemaaide gazons, sportvelden, parken en weiden, vooral na een forse regenbui en blijven hooguit 2 dagen aanwezig - dikwijls nog veel korter (3,4,8,10).  Hoewel het niet echt mestpaddenstoelen zijn, zijn ze in India aangetroffen op olifantenmest en rottend stro (1). In Duitsland werden ze gevonden op gecomposteerd tuinafval dat een grote fractie houtsnippers bevatte (6). Canadese onderzoekers hebben ontdekt dat het mycelium van het izabelkleurig breeksteeltje een gifstof produceert in speciale cellen. Wanneer nematoden (microscopisch kleine wormpjes die in de bodem leven) met deze stof in contact komen, dan worden ze verlamd en kunnen bij herhaald contact zelfs worden gedood. De functie van het gif is vermoedelijk bescherming van het mycelium tegen vraat. In tegenstelling tot de oesterzwam (Pleurotus ostreatus) is het izabelkleurig breeksteeltje namelijk niet in staat om de gedode wormpjes te verteren en als voedselbron te gebruiken (7).

Naam

Bolbitius albipes, Bolbitius lacteus, Conocybe apala var. albipes, Galera lactea  en Conocybe lactea zijn synoniemen van Conocybe albipes (1,2,4). De Nederlandse naam "breeksteeltje" heeft betrekking op de broze steel van de paddenstoeltjes uit dit geslacht, die gemakkelijk "knakt". Die steel is bij heel jonge exemplaren massief maar wordt spoedig hol. De genusnaam Conocybe betekent "kegelhoofd" - dus "kegelvormige hoed" (4) - de soortnaam albipes "witte voet". De verwantschappen binnen de familie van de Bolbitiaceae, waaronder het geslacht Conocybe, zijn onlangs onderzocht met moleculair-biologische technieken (11).

Eetbaarheid/nut

Deze kleine paddenstoeltjes hebben geen enkele geur of smaak en worden als oneetbaar beschouwd (3). Ze zijn waarschijnlijk zelfs giftig. Hoewel de bijzonder gevaarlijke amatoxinen , die bekend zijn van de groene knolamaniet, in de vruchtlichamen van het klein breeksteeltje (Conocybe filares)  voorkomen (althans bij Noordamerikaanse exemplaren), ontbreken deze bij Conocybe albipes. Maar phallotoxinen (andere gifstoffen van amanieten) zijn in het izabelkleurig breeksteeltje wel aangetroffen (5,9).  

Waar aangetroffen

We hebben izabelkleurige breeksteeltjes in groot aantal ontdekt in gazons langs de Thorbeckestraat en in het grazige perk aan het eind van de Sportlaan, tegenover de sporthal.

Literatuur


1. Amandeep K, Atri NS, Munruchi K (2015) Diversity of species of the genus Conocybe (Bolbitiaceae, Agaricales) collected on dung from Punjab, India. Mycosphere 6:19-42.
2. Arnolds E (2003) Notulae ad floram agaricinam Neerlandicam - XI. New combinations in Conocybe and Pholiotina. Persoonia 18:225-230.
3. Conocybe apala. Webdocument op en.wikipedia.org.
4. Conocybe apala (Fr.) Arnolds - Milky Conecap. Webdocument op www.first-nature.com.
5. Hallen HE, Watling R, Adams GC (2003) Taxonomy and toxicity of Conocybe lactea and related species. Mycol Res 107:969-979.
6. Hübner HJ (2004) Pilze auf Kaufbeurer Komposterde. Z Mykol 70:171-186.
7. Hutchison LJ, Madzia SE, Barron GL (1996) The presence and antifeedant function of toxin-producing secretory cells on hyphae of the lawn-inhabiting agaric Conocybe lactea. Can J Bot 74:431-434.
8. Krüger M u.Ä. Milchweißes Samthäubchen. Webdocument op de.wikipedia.org.
9. Luo H, Hallen-Adams HE, Walton JD (2009)  Processing of the phalloidin proprotein by prolyl oligopeptidase from the mushroom Conocybe albipes. J biol Chem 284:18070-18077.
10. Tanchaud P (2015) Conocybe albipes (G.H.Otth) Hauskn. Webdocument op www.mycocharentes.fr.
11. Tóth A, Hausknecht A, Krisai-Greilhuber I, Papp T, Vágvölgyi C, Nagy LG (2013) Iteratively refined guide trees help improving alignment and phylogenetic inference in the mushroom family Bolbitiaceae. PLOS One 8:e56143.

Terug naar de soortenlijst