Langsteelfranjehoed (Psathyrella conopilus)
Franjehoeden BoltslaanDetail hoedOnderzijde langsteelfranjehoedDetail plaatjes
De langsteelfranjehoed is een saprotrofe paddenstoel die massaal kan optreden in loofbossen, parken en tuinen, meestal op plaatsen waar hout is begraven. Het is een voorbeeld van een soort die in het recente verleden algemener is geworden, vanwege de gewoonte van tuineigenaren om hout te versnipperen. Voor dit substraat heeft het mycelium een bijzondere voorkeur (1,5). In zeldzame gevallen kunnen de vruchtlichamen ook verschijnen op mest (4), in het zuiden van India zelfs op olifantenmest! (3,14). De paddenstoel heeft een bruine klokvormige hoed met een diameter van 2 tot 5 cm. Deze verandert van kleur afhankelijk van zijn vochtigheid, een eigenschap die "hygrofaan" wordt genoemd. In vochtige en jonge toestand is de hoed donkerbruin en doorschijnend gestreept, bij het uitdrogen en verouderen bleekt hij uit om tenslotte bijna wit te worden. De kleurverandering begint in het hoedcentrum, zodat de hoeden er een tijdlang tweekleurig uitzien (9). In tegenstelling tot wat de naam "franjehoed" doet verwachten, zijn er aan de rand van de hoed geen velumresten zichtbaar (4). De steel is opvallend lang, wit, geelachtig of bleekbruin, stijf en erg broos. De plaatjes aan de onderzijde zijn grijsbruin van kleur en hebben een witte rand. Die rand is bovendien fijn getand, wat met een loupe goed is te zien (9). In de hoedhuid (pileipellis) van de langsteelfranjehoed zijn opvallende, dikwandige, langgerekte, haarvormige cellen (setae) aanwezig (10,12).
 
Naam

Parasola conopila, Psathyrella subatrata en Agaricus conopilus zijn synoniemen van Psathyrella conopilus (4,12). Volgens moleculair-biologisch onderzoek (6-8,11,13) moet de langsteelfranjehoed worden geplaatst in het genus Parasola waartoe o.a. het plooirokje (Parasola plicatilis) behoort. Volgens een ander onderzoek zou de soort nauw verwant zijn met de tranende franjehoed (Lacrymaria lacrymabunda) en het hazenpootje (Coprinopsis lagopus) (2).  De genusnaam Psathyrella is een verkleinwoord van het Griekse woord psathuros en betekent "de kleine tere", "de kleine broze" of "de kleine breekbare". De soortnaam conopilus is afgeleid van twee Griekse woorden (konus en pilos) en betekent "kegelhoed" (12).

Eetbaarheid/nut

Langsteelfranjehoeden zijn in principe eetbaar maar hebben geen enkele smaak of voedingswaarde (12).

Waar gevonden

We hebben langsteelfranjehoeden aangetroffen in de noordberm van het Boltslaantje en de zuidberm van het Van Starkenborghkanaal ZZ, in beide gevallen op houtsnippers.
Literatuur

1. Arnolds E, van den Berg A (2005) De opkomst van snipperpaddestoelen. Coolia 48: 131-148.
2. Garnica S, Weiss M, Walther G, Oberwinkler F (2007) Reconstructing the evolution of agarics from nuclear gene sequences and basidiospore ultrastructure. Mycol Res 111:1019-1029.
3. Karun NC, Sridhar KR (2015) Elephant dung-inhabiting macrofungi in the Western Ghats. Curr Res Environ Appl Mycol 5:60-69.
4. Kuo M (2011) Parasola conopilus. Webdocument op mushroomexpert.com.
5. Langsteelfranjehoed (Psathyrella conopilus). Webdocument op gezwam.wordpress.com.
6. Larsson E, Örstadius L (2008) Fourteen coprophilous species of Psathyrella identified in the Nordic countries using morphology and nuclear rDNA sequence data. Mycol Res 112:1165-1185.
7. Nagy LG, Kocsubé S, Papp T, Vágvölgyi C (2009) Phylogeny and character evolution of the coprinoid mushroom genus Parasola as inferred from LSU and ITS nrDNA sequence data. Persoonia 22:28-37.
8. Padamsee M, Matheny PB, Dentinger BTM, McLaughlin DJ (2008) The mushroom family Psathyrellaceae: Evidence for large-scale polyphyly of the genus Psathyrella. Mol Phylogen Evol 46:415-429.
9. Parasola conopilus (Fr.) Örstadius & E. Larss. - Conical Brittlestem. Webdocument op www.first-nature.com.
10. Ronikier A (2007) Rare and interesting species of Psathyrella found in the Tatra National Park. Acta Mycol 42:85-92.
11. Schafer DJ (2010) Keys to sections of Parasola, Coprinellus, Coprinopsis and Coprinus in Britain. Field Mycology 11:44-51.
12. Ukhanova I, Myasnikov A. Psathyrella conopilus. Webdocument op mycoweb.narod.ru.
13. Vasutová M, Antonín V, Urban A (2008) Phylogenetic studies in Psathyrella focusing on sections Pennatae and Spadiceae - new evidence for the paraphyly of the genus. Mycol Res 112:1153-1164.
14. Vrinda KB, Pradeep CK, Mathew S, Abraham TK (1999) Agaricales from Western Ghats–VI. Indian Phytopathology 52:198–200.

Terug naar de soortenlijst