Week oorzwammetje (Crepidotus mollis)
BovenaanzichtOnderaanzicht
Het week oorzwammetje is een kleine paddenstoel (hoeddiameter maximaal 2 tot 5 cm) die vanaf de nazomer tot het begin van de winter op dood hout kan worden aangetroffen, volgens een Frans artikel zelfs het hele jaar (10). Het gaat bijna altijd om stobben of om omgevallen stammen van loofbomen (beuk, es, wilg, populier, berk, eik) met een doorsnede van 15 centimeter of meer (4,5,8), maar in Oost Duitsland is de zwam ook eens op een strooien dak aangetroffen (6). Het mycelium leeft van de afbraak van zulk plantaardig materiaal. De vruchtlichamen staan meestal in vrij groot aantal bijeen.  Ze zijn zijdelings aan het substraat gehecht (hebben dus nauwelijks een steel) en zijn schelpvormig. Bij de aanhechtingsplaats kunnen ze aan de bovenzijde viltig zijn behaard. Volgroeide exemplaren hebben eerst de vorm van een "kokkel" en later meer de vorm van een "oor" of een "nier". Hun kleur is sterk afhankelijk van de vochtigheid van het weer. In vochtige toestand zijn ze roomwit tot okerkleurig en is het hoedoppervlak glad, bij verdroging worden ze grijswit van tint. Het hoedvlees voelt week en gelatine-achtig aan (2,9), het kan als rubber een eind worden uitgetrokken alvorens te scheuren (3). De plaatjes aan de onderzijde zijn aanvankelijk witachtig, later vaalbruin en uiteindelijk kaneelkleurig. Qua hoogte zijn ze enigszins ongelijk (1,4). De hoedrand van oude exemplaren kan in meerdere of mindere mate omgekruld zijn (4).  Het week oorzwammetjel komt over bijna de gehele wereld voor (4). Het oppervlak van de sporen van paddenstoelen uit het genus Crepidotus is onderzocht met de scanning electronmicroscoop (7,8). De soort was betrokken in een Japans onderzoek naar de verspreiding van schimmels over de eilanden binnen een archipel (11). Hij behoorde tot de soorten met een groot vermogen tot kolonisatie.

Naam


De genusnaam Crepidotus betekent "oor in de vorm van een muiltje". Hij is afgeleid van het Griekse woord krepis dat "muiltje" of "sandaal" en het woord otos dat "oor" betekent.  De Latijnse soortnaam mollis betekent "zacht" of "teder". Engelsen spreken daarom van de "Soft Slipper Mushroom" (3). De alternatieve Engelse naam "Peeling Oysterling" heeft betrekking op het feit dat de huid gemakkelijk van de hoed kan worden afgetrokken (3).  Agaricus mollis, Agaricus canescens, Agaricus gelatinosus, Crepidopus mollis, Agaricus ralfsii, Crepidotus ralfsii en Derminus mollis zijn synoniemen van Crepidotus mollis (9).

Eetbaarheid/nut

Het week oorzwammetje is niet eetbaar (2,4,9).

Waar gevonden

Wij hebben weke oorzwammetjes gevonden in het Smitpark en in een houtsingel langs de spoorbaan Groningen-Leeuwarden, tussen de Westergast en de Heemskerkstraat.

Literatuur

1. Cittadini M (2016) Crepidotus mollis (Schaeff.) Staude. Webdocument op www.funghiitaliani.it.
2. Crepidotus mollis. Webdocument op www.fichasmicologicas.com.
3. Crepidotus mollis (Schaeff.) Staude - Peeling Oysterling. Webdocument op www.first-nature.com.
4. Gallertfleischiges Stummelfüßchen. Webdocument op de.wikipedia.org.
5. Granito VM, Lunghini D, Maggi O, Persiani AM (2015) Wood-inhabiting fungi in southern Italy forest stands: morphogroups, vegetation types and decay classes. Mycologia 107:1074-1088.
6. Kreisel H, Amelang N (2002) Crepidotus mollis auf einem Strohdach. Z Mykol 67:41-44.
7. Pegler DN, Young TWK (1972) Basidiospore form in British species of Crepidotus. Kew Bull 27:311-323.
8. Senn-Irlet B (1995) The genus Crepidotus (Fr.) Staude in Europe. Persoonia 16:1-80.
9. Sperati G (2013) Crepidotus mollis (Schaeff.:Fr.) Staude 1857. Webdocument op ilmondodeifunghi.it.
10. Tanchaud P (2011) Crepidotus mollis (Sch.:Fr.) Kummer. Webdocument op www.mycocharentes.fr.
11. Tanesaka E (2012) Colonizing success of saprotrophic and ectomycorrhizal basidiomycetes on islands. Mycologia 104:345-352.

Terug naar de soortenlijst