Witte russula (Russula delica)
Witte russula De GastWitte russula bovenaanzichtWitte russula onderaanzicht

De witte russula is een grote paddenstoel (diameter 5 tot 18 centimeter) die in nauwe samenwerking (ectomycorrhiza) leeft met verschillende boomsoorten (vooral eiken, beuken en haagbeuken - in mindere mate ook hazelaars, meidoorns, linden en fijnsparren ). De hoed is wit van kleur, maar omdat hij in uitgespreide toestand uit de grond komt en daarbij bladeren, takjes, en steentjes omhoog drukt ziet hij er dikwijls gepokt en gemazeld uit. In Duitsland wordt hij vanwege dit feit "Erdschieber" genoemd (4). Bij veroudering verkleurt het hoedoppervlak van wit via geelbruin tot bruin.

Naam

De Latijnse soortnaam delica betekent "van de moederborst afgenomen" of "gespeend". Deze naam heeft betrekking op het feit dat de paddenstoel lijkt op het schaapje (Lactifluus vellereus), maar in tegenstelling tot het schaapje bij beschadiging geen melksap afgeeft (5). Volgens een Duitse Wikipedia pagina zou de naam delica verband houden met het tranen van de lamellen bij vochtig weer (4), maar deze verklaring is niet aannemelijk. De genusnaam Russula betekent "roodachtig". Op de witte russula is dit niet van toepassing.

Eetbaarheid/nut

In West Europa wordt de witte russula beschouwd als een bittere, scherp smakende en daardoor oneetbare paddenstoel (5). In Thailand (3) en China (7) geldt hij echter als een eetbare soort. Mogelijk is er een smaakverschil tussen Europese en Aziatische vruchtlichamen, of Aziaten hebben andere culinaire voorkeuren dan Europeanen. De scherpe smaak berust op de aanwezigheid van sesquiterpeen-esters, die bij beschadiging van de paddenstoel door enzymen gehydrolyseerd worden tot vrije sesquiterpenen. De structuur van sommige van deze verbindingen en van verwante plantenstoffen is opgehelderd (1,2,6). De paddenstoel bevat ook een lectine met tumorgroei en virusremmende eigenschappen (7).

Waar gevonden

Wij hebben witte russula's aangetroffen in de oostberm van de Gast, bij de villa Arnichem, onder zomereiken.

Literatuur

1. Clericuzio M, Fu J, Pan F, Pang Z, Sterner O (1997) Structure and absolute configuration of protoilludane sesquiterpenes from Russula delica. Tetrahedron 53:9735-9740. 
2. Clericuzio M, Pan F, Han F, Pang Z, Sterner O (1997) Stearoyldelicone, an unstable protoilludane sesquiterpenoid from intact fruit bodies of Russula delica. Tetrahedron Lett 38:8237-8240. 
3. Duanghaklang P (1998) Growth conditions, physical and chemical characterization of Russula delica Fr. Proc 24th Congr Sci Technol Thailand, Bangkok, p.728-729.
4. Papi J u.Ä. Gemeiner Weiß-Täubling. Webdocument op de.wikipedia.org. 
5. Russula delica Fr. - Milk White Brittlegill. Webdocument op www.first-nature.com.
6. Yaoita Y, Ono H, Kikuchi M (2003) A new norsesquiterpenoid from Russula delica Fr. Chem Pharm Bull 51:1003-1005. 
7. Zhao S, Zhao Y, Li S, Zhao J, Zhang G, Wang H, Ng TB (2010) A novel lectin with highly potent antiproliferative and HIV-1 reverse transcriptase inhibitory activities from the edible wild mushroom Russula delica. Glycoconj J 27:259-265.

Terug naar de soortenlijst