Boompuist (Postia ptychogaster)
Boompuist habitus1Boompuist habitus 2
De boompuist is een parasiet op wortels en stronken van fijnsparren (Picea), zilversparren (Abies) en dennen (Pinus), waarop hij kussenvormige, tot 10 cm grote en enkele centimeters dikke, groeisels vormt (conidiomata) waarin ongeslachtelijke sporen worden gevormd [1,3,14,15]. In jonge toestand zijn deze kussens volledig bedekt met witachtige plukjes, terwijl ze bij rijping uiteenvallen, er draderig uitzien en bedekt zijn met beige tot lichtbruine chlamydosporen (dikwandige sporen die de winter kunnen overleven). De geslachtelijke vorm van de paddenstoel is erg zeldzaam, kleiner (maximaal 4 cm groot) en heeft buisjes met hoekige poriën [4,7,10,11,14]. Fraaie foto's van zowel de algemene, ongeslachtelijke vorm (anamorf) als de zeldzame, geslachtelijke verschijningsvorm van de soort (teleomorf) zijn te zien op de website van Peter Groenewegen [8,9] en ook op Franse [4] en Poolse [13] databases van paddenstoelen. Dat de ongeslachtelijke en geslachtelijke vorm werden voortgebracht door hetzelfde organisme werd in 1924 ontdekt en in 1925 beschreven door Catharina Cool (5). Voor die tijd werd al wel vermoed (onder andere door de bekende mycoloog Fries) dat de boompuist een afwijkende verschijningsvorm was van een gaatjeszwam [6,12]. De boompuist of een nauw verwante soort groeit soms ook op hekpalen en kan in zulk hout aanzienlijke schade aanrichten [14]. Het mycelium van de paddenstoel veroorzaakt in het hout bruinrot [1]. De soort komt voor in Europa, Noord-Azië en Canada [1].

Naam
De naam Postia (als aanduiding van een geslacht van paddenstoelen) werd voorgesteld door Elias Magnus Fries in 1874. Het was een eerbetoon aan de Zweedse natuuronderzoeker Hampus von Post, die leefde van 1822 tot 1911. De soortnaam ptychogaster is een samentrekking van het Griekse woord ptycho dat "verfrommeld" of "gevouwen", en het Griekse woord gaster dat "maag" betekent. Ptychogaster albus en Oligoporus ptychogaster zijn synoniemen van Postia ptychogaster [7], evenals Tyromyces ptychogaster [2]. De ongeslachtelijke vorm van de schimmel (die het meest voorkomt) is ook bekend onder de namen Ptychogaster pulverulentus, Auricularia pulverulenta, Ptychogaster fuliginoides en Ptychogaster flavescens [14]. Op een Franse website worden er nog meer synoniemen vermeld [4]. De sporenvormende structuren van het zilveren boomkussen (Reticularia lycoperdon), een slijmschimmel, worden soms ook "boompuist" genoemd, wat verwarrend is.

Eetbaarheid/nut
De boompuist wordt beschouwd als een schimmelsoort die voor mensen niet eetbaar is.

Waar gevonden
Bovenstaande foto's van oude exemplaren van de anamorfe vorm van de boompuist zijn door ons gemaakt in het Bos aan het Noordsche Veld in Norg (Dr.). De schimmel zat op een liggende, doorgezaagde stam van een naaldboom, vermoedelijk een fijnspar.

Literatuur

1. Boompuist. Document op nl.wikipedia.org.
2. Boompuist. Tekst uit het Overzicht van de Paddenstoelen in Nederland (1995).
3. Boulet B (2001) Les champignons des arbres: un aperçu de leur importance au sein des écosystèmes forestiers. Le Naturaliste Canadien 125:187-191.
4. Cherel R (2008) Postia ptychogaster (F. Ludwig) Vesterholt. Document op mycodb.fr.
5. Cool C (1925) Het paddenstoeljaar 1924. De Levende Natuur 29:308-312.
6. Cornu M (1876) Note sur le Ptychogaster albus Corda. Bull Soc Bot France 23:359-363.
7. Francini L. Oligoporus ptychogaster (Ludwig) Donk = Postia ptychogaster (F. Ludwig) Vesterholt = Ptychogaster albus Corda. Document op francini-mycologie.fr.
8. Groenewegen P (2020) Boompuist (Postia ptychogaster). Document op degroeneman.nl.
9. Groenewegen P (2021) Een teleomorfe vorm van de Boompuist (Postia ptychogaster). Document op degroeneman.nl.
10. Jahn H (1971) Resupinate Porlinge, Poria s.lato, in Westfalen und im nördlichen Deutschland. Westfälische Pilzbriefe 8:41-67.
11. Polsterpilz, Weißer Polsterpilz, Weißer Polsterschwamm, Gelbbrauner Polsterpilz. Document op 123pilzsuche.de.
12. Richon MC (1877) Notes sur trois espèces intèressantes de champignons, Corticium amorphum, Ptychogaster albus, Pilacre poricola. Bull Soc Bot France 24:148-152.
13. Snowarski M (2025) Ptychogaster albus Corda. Document op grzyby.pl.
14. Stalpers JA (2000) The genus Ptychogaster. Karstenia 40:167-180.
15. Vlot T (2025) Boompuist. Document op teuszijnsite.nl.

Terug naar de soortenlijst