Halmverstikker (Epichloë typhina)?


De halmverstikker is
een Ascomyceet
(zakjeszwam) die als parasiet leeft op grassen (o.a. kropaar, witbol, en rietzwenkgras). In een Fins onderzoek werd
de zwam op 15 verschillende grassoorten aangetroffen (13).
Aanvankelijk vormt de schimmel een dun wit korstje op grashalmen (zie
de
foto linksboven). Later wordt het korstje een gele laag,
waarin oranjegele bolletjes te zien zijn (zie de middenste foto). Zo'n manchetvormige schimmelkorst wordt een stroma genoemd. De
donkere bolletjes zijn peritheciën,
peervormige vruchtlichamen waarin de sporen worden gevormd (7,8). De gastheer wordt
vermoedelijk geïnfecteerd via wondjes aan de stengel of de bladeren,
maar hoe dit precies gebeurt is niet bekend (1).
Naaktslakken, bladluizen en mijten zouden bij de vorming van wondjes
en de
verspreiding van de schimmel een rol kunnen spelen (1,9). Vooral jonge scheuten zijn gevoelig voor
infectie (18). Aangetaste grashalmen komen meestal niet tot bloei, of
vormen een steriele aar, om uiteindelijk geheel te vergaan.
Hoewel er dikwijls een flink aantal halmen is aangetast (zie
de
foto
rechts), valt de schade voor de waardplant meestal wel mee (19). Bij stomp kweldergras, Puccinellia distans,
schijnt de kans op infectie omgekeerd evenredig te zijn aan
het zoutgehalte van de groeiplaats (14). Infectie van graszaden door de halmverstikker
voorkomt via een onbekend mechanisme dat die zaden door andere schimmels geïnfecteerd worden (6). De schimmel
komt op het hele noordelijk halfrond voor, dus in Europa, Noord Amerika
en Azië (7,12).
Naam
De genusnaam Epichloë betekent "op de groenende", dus gedijend op groen gras. De Latijnse soortnaam typhina
("als een gewei") heeft betrekking op de aanblik van de schimmelkorstjes in jonge
toestand. Die zien er dan fluwelig uit, als het oppervlak van een
hertengewei. Er zijn in Nederland minstens
drie halmverstikkers aanwezig: Epichloë typhina, de
meest gewone soort, die doorgaans op kropaar parasiteert, maar soms ook
op timoteegras, rietzwenkgras (2) en schaduwgras, Epichloë baconii,
de struisgrasverstikker, op gewoon struisgras, en Epichloë typhina
ssp. clarkii (op witbol-soorten). De (microscopische) verschillen tussen europese Epichloë-soorten zijn in een
Engels artikel beschreven (20). Omdat we niet zeker weten op welk
gras de gefotografeerde schimmels zich bevonden, hebben we achter de
titel van deze pagina maar een vraagteken gezet.
Eetbaarheid/nut Halmverstikkers
produceren alkaloïden, die giftig zijn voor vee, voor mensen en voor plantenetende
insekten (6). Bloemvliegen uit het geslacht Botanophila voeden
zich wel met de
stromata van de paddenstoel. De conidiën
(ongeslachtelijke sporen) die ze daarmee binnenkrijgen, kunnen het
darmkanaal van de vlieg passeren en worden op een andere plaats weer
"uitgepoept". Zo draagt de vlieg bij aan de verspreiding van
de
parasiet (1,15). Bloemvliegen leggen ook eieren op de stromata,
waarna hun larven zich met het schimmelweefsel
voeden. De vliegelarven slikken gameten van de schimmel in,
en stimuleren zodoende de
bevruchting en de vorming van geslachtelijke sporen
(3-5,16,17). Bevruchting kan echter ook in afwezigheid van
vliegelarven plaatsvinden (11). Ook naaktslakken kunnen door hun vraat
de vorming van geslachtelijke schimmelsporen bevorderen
(10).
Waar gevonden We
hebben halmverstikkers gezien in natuurgebied De
Kleibosch bij Foxwolde. Tijdens een vakantie in Beieren
ontdekten
we de parasiet in
grasland bij de top van de Große Rachel (niet ver van de
Tsjechische grens). Toen we geleerd hadden om de soort te herkennen
vonden we hem ook in Zuidhorn, in grazig terrein aan de
noordoostpunt van het Waterpark, en op andere plaatsen in het Westerkwartier, o.a. in Bakkerom.
Literatuur 1. Alderman SC (2013) Survival,
Germination, and Growth of Epichloë
typhina and Significance of Leaf Wounds and Insects in
Infection of Orchardgrass. Plant Disease 97:323-328.
2. Bacon CW, Porter JK,
Robbins JD, Luttrell,ES (1977) Epichloë
typhina from Toxic Tall Fescue Grasses. Appl Environ
Microbiol 34:576-581.
3.
Bultman TL, Leuchtmann A (2003) A test of host specialization by insect
vectors as a mechanism for reproductive isolation among entomophilous
fungal species. Oikos 103:681-687.
4. Bultman TL,
Leuchtmann A (2008) Biology of the Epichloë-Botanophila
interaction: An intriguing association between fungi and insects.
Fungal Biology Reviews 22:131-138.
5. Chung KR, Schardl CL
(1997) Sexual cycle and horizontal transmission of the grass symbiont, Epichloë typhina.
Mycol Res 101:295-301.
6. Górzynska K, Ryszka
P, Anielska T, Turnau K, Lembicz M (2017) Effect of Epichloë typhina
fungal endophyte on the diversity and incidence of other fungi in Puccinellia distans
wild grass seeds. Flora 228:60-64.
7. Gras-Kernpilz. Document op de.wikipedia.org.
8. Haga G (2018)
Halmverstikker (Epichloë
typhina). Document op paddenstoeleninfriesland.nl.
9. Hoffman GD, Rao S
(2013) Association of slugs with the fungal pathogen Epichloë typhina (Ascomycotina:
Clavicipitaceae): potential role in stroma fertilisation
and disease spread. Ann Appl Biol 162:324-334.
10. Hoffmann GD, Rao S
(2014) Fertilization of Epichloë
typhina stromata by mycophagous slugs. Mycologia 106:1-7.
11. Kaser JM (2009) Epichloë typhina
(fungus) - Botanophila
lobata
(fly) Interaction: An Invasive "Pollinator" System in its Introduced
Range in Western Oregon. M.Sc. thesis, Oregon State University.
12. Kohlmeyer J,
Kohlmeyer E (1974) Distribution of Epichloë
typhina (Ascomycetes) and Its Parasitic Fly. Mycologia
66:77-86.
13. Koponen H, Mäkelä K
(1976) Phyllachora
graminis, P. silvatica, Epichloë typhina and Acrospermum graminum
on grasses in Finland. Karstenia 15:46-55.
14. Lembicz M,
Olejniczak P (2009) The fungus Epichloë
typhina in populations of a halophyte Puccinellia distans: Salinity
as a possible inhibitor of infection. Acta Soc Bot Polon 78:81-86.
15. Lembicz M,
Gorzynska K, Olszanowski Z, Michelsen V, Leuchtmann A (2013) The
occurrence and preference of Botanophila
flies (Diptera:
Anthomyiidae) for particular species of Epichloë fungi
infecting wild grasses. Eur J Entomol 110:129-134.
16. Leuchtmann A (2007)
Botanophila
flies on Epichloë
host species in Europe and North America: no evidence for co-evolution.
Entomologia Experimentalis et Applicata 123:13-23.
17. Leuchtmann A,
Michelsen V (2016) Biology and evolution of the Epichloë-associated
Botanophila species
found in Europe (Diptera:
Anthomyiidae). Insect Systematics and Evolution 47:1-14.
18. Leyronas C, Raynal
G (2008) Role of fungal ascospores in the infection of orchardgrass (Dactylis glomerata) by
Epichloë typhina,
agent of choke disease. J Plant Pathol 90:15-21.
19. Rozpadek P,
Wezowicz K, Nosek M, Wazny R, Tokarz K, Lembicz M, Miszalski Z, Turnau
K (2015) The fungal endophyte Epichloë
typhina improves photosynthesis efficiency of its host
orchard grass (Dactylis
glomerata). Planta 242:1025-1035.
20. White JF (1993)
Endophyte-host associations in grasses XIX. A systematic study of some
sympatric species of Epichloë
in England. Mycologia 85:444-455.
Terug naar de soortenlijst