Kleverig koraalzwammetje (Calocera viscosa)



Het
kleverig koraalzwammetje is een opvallend, felgekleurd paddenstoeltje
dat als saprobiont groeit op dood naaldhout, vooral dode stronken
van naaldbomen, zoals spar, den, fijnspar (2,6,9), larix,
hemlockspar en sikkelcypres (12). Volgens een Duits en een Deens
artikel is het ook in staat om via wortelwonden levende Douglas-sparren
te infecteren en in de stamvoet van deze bomen rot te
veroorzaken (7,13). De
vruchtlichamen zijn doorgaans vertakt en kunnen
maximaal 6-10 cm hoog worden (3,6). Ze staan in bosjes
bijeen, en het oppervlak is vooral bij vochtig weer opvallend kleverig
(5). De kleur loopt uiteen van citroengeel via donkergeel
tot oranje (3). Bij droog weer kan de paddenstoel zelfs oranjerood
worden (4). In Italië en Engeland is een (zeer zeldzame) witte
variëteit van Calocera viscosa gevonden, var. cavarae
(10). De vruchtlichamen zijn aan de voet witachtig behaard en stevig
aan het substraat vastgehecht met een wortelachtige uitloper (6).
Ze kunnen ogenschijnlijk op de grond groeien wanneer er begraven hout
in de ondergrond aanwezig is (4). Het mycelium
van het kleverig koraalzwammetje veroorzaakt bruinrot (1,11,14). De
soort komt over vrijwel de gehele wereld voor, waar er ook maar
naaldbomen aanwezig zijn (3).
Eetbaarheid/nut
Kleverige
koraalzwammetjes zijn vanwege hun taaie consistentie
voor mensen volstrekt oneetbaar, maar niet giftig (5). De samenstelling en structuur van
indoolverbindingen in de paddenstoel is
vastgesteld (8).NaamDe genusnaam Calocera is volgens ons een samentrekking van de Griekse woorden kalos en keras, en betekent "mooie hoorn" of "mooi hoorntje". Maar volgens anderen is het een samentrekking van kalos en keeros, en zou het "fraai wasachtig" betekenen (4). De soortnaam viscosa betekent "kleverig" (4).Waar gevondenWij
hebben het kleverig koraalzwammetje op vele plaatsen gevonden:
in Groningen (Coendersbosch bij Nuis, Harense Bosch bij
De Haspel, Ter Borg bij Sellingen), Friesland (Roekebosk bij
Beetsterzwaag), Drenthe (Landgoed Mensinge bij Roden, Dwingelderveld)
en Overijsel (Manderheide, Springendal). In Zuidhorn zagen we de
paddenstoel nog niet, misschien omdat daar weinig naaldbomen zijn aangeplant.Literatuur1. Anagnost SE (1998) Light microscopic diagnosis of wood decay. IAWA Journal 19:141-167.2.
Barkman JJ, Jansen AE, De Vries BWL (1983) De betekenis van dood hout
voor de schimmelflora. Nederlands Bosbouwtijdschrift 55:57-64.3. Brasfield TW (1938) The Dacrymycetaceae of temperate North America. American Midland Naturalist 20:211-235.4. Calocera viscosa (Pers.) Fr. - Yellow Stagshorn. Document op first-nature.com.5. Klebriger Hörnling. Document op de.wikipedia.org.6. Klebriger Hörnling Calocera viscosa. Document op tintling.com.7. Koch J, Thomsen IM (2003) Serpula himantioides, Heterobasidion annosum and Calocera viscosa as butt rot fungi in a Danish Douglas-fir stand. For Path 33:1-6.8.
Muszynska B, Sulkowska-Ziaja K (2012) Analysis of indole compounds in
fruiting bodies and in mycelia from in vitro cultures of Calocera viscosa (Basidiomycota). Acta Mycol 47:57-64.9.
Ottosson E, Kubartová A, Edman M, Jönsson M, Lindhe A, Stenlid J,
Dahlberg A (2015) Diverse ecological roles within fungal communities in
decomposing logs of Picea abies. FEMS Microbiol Ecol 91:fiv012.10. Reid DA (1988) Calocera viscosa var.cavarae, a white variant of the species new to Britain. Trans Br mycol Soc 91:705-707.11. Seifert KA (1983) Decay of wood by the Dacrymycetales. Mycologia 75:1011-1018.12. Shirouzu T, Hirose D, Tokumasu S (2012) Host tree-recurrence of wood-decaying Dacrymycetes. Fungal Ecol 5:562-570.13. Siepmann R (1983) Untersuchungen über Calocera viscosa Pers. ex Fr. als Wurzelfäuleerreger. Eur J Forest Pathol 13:439-446.14. Worrall JJ, Anagnost SE, Zabel RA (1997) Comparison of wood decay among diverse lignicolous fungi. Mycologia 89:199-219.Terug naar de soortenlijst