Prachtvlamhoed (Gymnopilus junonius)

Prachtvlamhoed in SmitparkPrachtvlamhoed, bovenzijde hoedPrachtvlamhoed, jonge exemplaren langs De GastPrachtvlamhoed, opzij en van onder

De prachtvlamhoed is een opvallend gekleurde, grote paddenstoel. Hij kan als saprofyt op dode stammen en stobben, maar ook als necrotrofe parasiet aan de voet van levende loofbomen groeien. Een necrotrofe parasiet is een schimmel die een levende boom infecteert, waarna de boom langzaam afsterft. De vruchtlichamen van de prachtvlamhoed staan vaak in bundels bijeen. De kleur is warm oranjegeel of oranjebruin, en de steel is voorzien van een ring. Bij oude exemplaren kan deze ring tot een dun streepje zijn verschrompeld. De plaatjes zijn eerst geel (dikwijls met roestbruine vlekken), later roestbruin, gekerfd aan de snede, uitgerand en met een tand op de steel aflopend (12). Onder de ring is de steel vezelig, erboven meer glad.

Naam
De genusnaam Gymnopilus betekent "naakte hoed". De soortnaam junonius verwijst naar Juno, de schone godin die de echtgenote was van de oppergod Jupiter. Gymnopilus spectabilis en Pholiota spectabilis zijn synoniemen van Gymnopilus junonius. Spectabilis betekent "bezienswaardig", "opmerkelijk",  "spectaculair" of "fraai" (2).

Eetbaarheid/nut
Prachtvlamhoeden smaken enorm bitter - maar niet alle mensen kunnen dit proeven (3) - en zijn giftig. De bitter smakende stoffen (oligoisopreno´den) tasten het zenuwstelsel aan en ze veroorzaken braken en ingewandsstoornissen (9,11).
De paddenstoel bevat chemische verbindingen met tumorgroei-remmende eigenschappen (7). In de vruchtlichamen kunnen bovendien hallucinogene stoffen aanwezig zijn, maar deze stoffen kunnen ook vrijwel geheel ontbreken (1,5,8,14). In de VS en in Japan zijn de concentraties hoger dan in Europa. In Japan wordt de prachtvlamhoed waraitake genoemd, wat "giftige paddenstoel" betekent maar hij is daar ook bekend onder de naam ohwaraitake "de paddenstoel van het groot gelach". Het eten van de prachtvlamhoed wordt door Japanners geassocieerd met onbedaarlijke lachbuien en impulsief gedrag (4,6,10). Uit moleculair-biologisch onderzoek is echter gebleken, dat niet elke prachtvlamhoed een prachtvlamhoed is. De paddenstoelen in Noord Amerika die voor prachtvlamhoeden werden gehouden behoren in werkelijkheid tot andere soorten, en in Japan komt nog weer een andere soort voor (13). De hallucinogene paddenstoelen in Amerika en het Verre Oosten zijn dus waarschijnlijk geen prachtvlamhoeden, en de echte (Europese) prachtvlamhoed is wel giftig maar nauwelijks hallucinogeen.

Waar gevonden
We hebben prachtvlamhoeden aangetroffen aan de voet van oude zomereiken langs de Gast, op dode stobben in het Smitpark en in de bermen van de weg langs het Van Starkenborghkanaal in Noordhornerga, op plaatsen waar bomen waren gerooid.

Literatuur
1. Buck RW (1967) Psychedelic effect of Pholiota spectabilis. N Engl J Med 276:391-392.
2. Gymnopilus junonius (Fr.) P.D.Orton - Spectacular Rustgill. Document op www.first-nature.com.
3. Hallock RM (2007) The taste of mushrooms. McIlvainea 17:33-41.
4. Emberger G (2008) Gymnopilus junonius. Document op www.messiah.edu/oakes/fungi_on_wood.
5. Hatfield GM, Brady LR (1969) Occurrence of bis-noryangonin in Gymnopilus spectabilis. J Pharm Sci 58:1298–1299.
6. Jewell K, Volk T (2005) Gymnopilus spectabilis, the Waraitake or Big Laughing Gym, a hallucinogenic mushroom. Document op botit.botany.wisc.edu/toms_fungi.
7. Kim KH, Choi SU, Lee KR (2012) Gymnopilin K: a new cytotoxic gymnopilin from Gymnopilus spectabilis. J.Antibiotics 65:135-137.
8. Kusano G, Koike Y, Inoue H, Nozoe S (1986) The constituents of Gymnopilus spectabilis. Chem Pharm Bull 34:3465-3470.
9. Miyazaki S, Kitamura N, Nishio A, Tanaka S, Kayano T, Moriya T, Ichiyanagi T, Shimomura N, Shibuya I, Aimi T (2012) Gymnopilin – a substance produced by the hallucinogenic mushroom, Gymnopilus junonius – mobilizes intracellular Ca2+ in dorsal root ganglion cells. Biomed Res 33:111-118.
10. Sanford JH (1972) Japan’s “Laughing Mushrooms”. Economic Botany 26:174-181.
11. Tanaka M, Hashimoto K, Okuno T, Shirahama H (1993) Neurotoxic oligoisoprenoids of the hallucinogenic mushroom, Gymnopilus spectabilis. Phytochemistry 34:661-664.
12. Taylor M (1983) Some common fungi of Auckland city. TANE (Journal of the Auckland University Field Club) 29:133-142.
13. Thorn RG, Malloch DW, Saar I, Lamoureux  Y, Nagasawa E, Redhead SA, Magaritescu S, Moncalvo JH (2020) New species in the Gymnopilus junonius group (Basidiomycota: Agaricales). Botany 98:293-315.
14. Walters MB (1965) Pholiota spectabilis, a hallucinogenic fungus. Mycologia 57:837-838.

Terug naar de soortenlijst