Spekzwoerdzwam (Phlebia tremellosa)
Spekzwoerdzwam2Spekzwoerdzwam1
De spekzwoerdzwam is in de herfst en de winter te vinden op stammen en stronken van loofbomen. In zeldzame gevallen groeit hij ook wel eens op naaldhout. Het is geen parasiet, maar een saprofiet die groeit op delen van de stam die al zijn afgestorven. De paddenstoel veroorzaakt witrot en breekt vooral de lignine uit het hout af (1,10). Ook rieten daken kunnen door deze zwam aangetast worden (2). Aanvankelijk groeit de paddenstoel als een korst op het hout, later vouwt de bovenkant van zo'n korst zich om waardoor er hoedjesachtige richels ontstaan. Het sporenvormende oppervlak is doorschijnend bleekroze tot oranjeachtig van kleur en voorzien van rimpels en diepe vouwen. De bovenkant van de "hoedjes" kan er witachtig en harig uitzien (7). Van de spekzwoerdzwam is een "imperfecte" vorm bekend die conidiën (ongeslachtelijke sporen) produceert en er uitziet als een donkerpaarse of donkergrijze poederlaag op hout (12).

Naam

De soortnaam tremellosus betekent "wankel" of "bevend". Dit heeft betrekking op de gelei-achtige consistentie. De genusnaam Phlebia betekent "geaderd". Het sporenvormende oppervlak van de paddenstoel is rimpelig en ziet eruit alsof er aders doorlopen. Merulius tremellosus, Xylomyzon tremellosum, en Merulius spongiosus zijn synoniemen van Phlebia tremellosa (9).

Eetbaarheid/nut

Vruchtlichamen van de spekzwoerdzwam zijn niet eetbaar (3,9). De paddenstoel bevat plantenstoffen die als antibiotica werken en bacteriegroei remmen. De chemische structuur van deze verbindingen is vastgesteld (4,10). Uit de spekzwoerdzwam zijn ook allerlei stoffen met een terpeenstructuur geïsoleerd, waarvan de biologische functie nog onbekend is (8). Sommige van deze verbindingen zijn mogelijk fungiciden, d.w.z. stoffen die de groei van andere schimmels verhinderen en zulke schimmels kunnen doden (13). Enzymen uit de spekzwoerdzwam zijn in de biotechnologie wellicht bruikbaar, om geneesmiddelresten onwerkzaam te maken (5), verfstof resten af te breken (6) en afvalhout om te zetten in grondstof voor veevoer (10).

Waar gevonden

Bovenstaande exemplaren van de spekzwoerdzwam groeiden in stamspleten van een oude knotwilg langs een voetpad bij De Koperwiek (straat in Zuidhorn).

Literatuur


1. Blanchette RA, Reid ID (1986) Ultrastructural Aspects of Wood Delignification by Phlebia (Merulius) tremellosus. Appl Envron Microbiol 52:239-245.
2. Dosdall R, Preuß F, Hahn V, Schlüter R, Schauer F (2018) Decay of the water reed Phragmites communis caused by the white-rot fungus Phlebia tremellosa and the influence of some environmental factors. Appl Microbiol Biotechnol 102:345-354.
3. Emberger G (2008) Phlebia tremellosa. Document op www.messiah.edu/Oakes/fungi_on_wood.
4. Giannetti BM, Steglich W, Quack W, Anke T, Oberwinkler F (1978) Merulinsäuren A , B und C, neue Antibiotika aus Merulius tremellosus Fr. und Phlebia radiata Fr.  Z Naturforsch 33c:807-816.
5. Kim Y, Yeo S, Kim MK, Choi HT (2008) Removal of estrogenic activity from endocrine-disrupting chemicals by purified laccase of Phlebia tremellosa. FEMS Microbiol Lett 284:172-175.
6. Kirby N, Marchant R, McMullan G (2000) Decolourisation of synthetic textile dyes by Phlebia tremellosa. FEMS Microbiol Lett 188:93-96.
7. Kuo M (2008). Phlebia tremellosa. Document op mushroomexpert.com.
8. Nakashima KI, Tomida J, Hirai T, Kawamura Y, Inoue M (2019) Sesquiterpenes with new carbon skeletons from the basidiomycete Phlebia tremellosa. J Nat Med 73:480-486.
9. O'Reilly P (2022) Phlebia tremellosa (Schrad.) Nakasone & Burds. - Jelly Rot. Document op www.first-nature.com.
10. Quack W, Anke T, Oberwinkler F, Giannetti BM, Steglich W (1978) Merulidial, a new antibiotic from the Basidiomycete Merulius tremellosus Fr. J Antibiotics 31:737-741.
11. Reid ID (1985) Biological Delignification of Aspen Wood by Solid-State Fermentation with the White-Rot Fungus Merulius tremellosus. Appl Environ Microbiol 50:133-139.
12. Singh S, Singh B, Bakshi BK (1961) Merulius tremellosus (Schrad.) Fr. and its Ptychogaster stage. Can J Bot 39:1845-1847.
13. Zjawiony JK (2004) Biologically Active Compounds from Aphyllophorales (Polypore) Fungi. J Nat Prod 67:300-310.

Terug naar de soortenlijst