Vals dooiermos (Candelaria concolor)
Vals dooiermos (overzicht)Vals dooiermos (detail)
Vals dooiermos groeit op de schors van loofbomen en op houten hekpalen, op goed belichte plaatsen. Dit korstmos is stikstofminnend (1), warmteminnend (4), en tamelijk goed bestand tegen luchtvervuiling. Het is daardoor ook aanwezig in de buitenwijken van grote steden (5). In zeldzame gevallen kan het zich op gesteente of beton vestigen. Een bijzonder biotoop waarin dit korstmos veel blijkt voor te komen is bovenop de kunststof afdekkappen van straatlantaarns! (10). Het thallus ziet er uit als min of meer afgeronde kussentjes van minder dan 1 cm doorsnee, die bestaan uit kleine, handvormige lobben van elk 0,5 tot 2 mm. De bovenkant is groengeel en de onderkant is witachtig, met weinig rhizinen. Apotheciën zijn zeldzaam of gering in aantal, en iets donkerder van kleur dan het thallus. Ze bestaan uit een plat schijfje met een permanente, duidelijk zichtbare rand (1,2,4). De structuren van secundaire plantenstoffen in vals dooiermos zijn vastgesteld met behulp van kernspinresonantie (NMR) spectroscopie (3,7).

Naam

Candelaria is afgeleid van het Latijnse woord candela (kaars). Dit heeft betrekking op de “wasgele” tint. Concolor betekent: “dezelfde kleur”. Het thallus van dit korstmos heeft overal dezelfde kleur (1). Caloplaca laciniosa, Candelaria laciniosa, Candelaria vulgaris, Lecanora candelaria, Lecanora concolor, Physcia candelaria en Xanthoria concolor zijn synoniemen van Candelaria concolor (1). Sinds enige tijd is vals dooiermos binnen Europa in twee soorten opgesplitst: Candelaria concolor s.s. en Candelaria pacifica (6,9). Hoe vaak de laatste soort in Nederland en Engeland (8) voorkomt is nog onduidelijk. In Scandinavië bleek Candelaria pacifica veel algemener te zijn dan Candelaria concolor! (11). In Zwitserland is het omgekeerde het geval (12).

Waar gevonden

Wij hebben vals dooiermos gevonden op de stam van oude loofbomen (populieren, wilgen) op de wierde van Toornwerd (Gr.). Het korstmos beslaat daar een groot oppervlak. Op eiken langs het doodlopende stuk van de oude Friese Straatweg in Zuidhorn groeit vals dooiermos ook, samen met heksenvingermos.


Literatuur

1. Association Française de Lichénologie. Candelaria concolor (Dickson) B. Stein. Document op www.afi-lichenologie.fr.
2. Candelaria concolor. Document op www.dorsetnature.co.uk [Dorset Nature].
3. Dias DA, Urban S (2009) Chemical constituents of the lichen, Candelaria concolor: A complete NMR and chemical degradative investigation. Nat Prod Res 23:925-939.
4. Gérault A. Candelaria concolor (Dicks.) Stein. Document op www.lichensmaritimes.org.
5. Ladd D (1993) Are there lichens in the suburbs? Missouriensis 14:14-22.
6. Neuwirth G (2014) Revision of the lichen genus Candelaria (Ascomycota, Candelariales) in Upper Austria. Stapfia 101:39-46.
7. Salinas J, Mollinedo P, Vila J (2012) Calycin and physcion from the lichen Candelaria concolor. Revista Boliviana de Química 29:94-96.
8. Silverside AJ (2016) Candelaria concolor (Dicks.) Stein. Document op lastdragon.org [Images of British Lichens]
9. Stapper NJ (2012) Illustrierte Bestimmungshilfe zur Unterscheidung von Candelaria concolor und Candelaria pacifica. Archive for Lichenology 7:1-12.
10. Van den Bremer A, Spier L (2018) Een nieuw korstmosbiotoop in Nederland? Buxbaumiella 112:1-3.
11. Westberg M, Arup U (2010) Candelaria concolor - a rare lichen in the Nordic countries. Graphis Scripta 22:38-42.
12. Westberg M, Clerc P (2012) Five species of Candelaria and Candelariella (Ascomycota, Candelariales) new to Switzerland. MycoKeys 3:1-12.

Terug naar de soortenlijst