Variabel kristalkopje (Didymium squamulosum)
Variabel kristalkopje
Het variabel kristalkopje is een slijmschimmel die kleine knotsvormige sporenvormende structuren (0,3-1,5 mm doorsnee, hoogte tot 1,5 mm) vormt op dode, afgevallen takjes [8], stro [9], composthopen [9], afgevallen bladeren [9,12] en uitwerpselen van herbivoren [7,12]. Ook op hyacintbollen uit Nederlandse supermarkten is de soort aangetroffen [6]. Het bolletje aan de top van deze structuren heeft een grijswit oppervlak en staat op een steeltje dat aan de basis verbreed is en qua vorm wel wat lijkt op een oude boom [8]. Deze Myxomyceet komt over de hele wereld voor en ontbreekt alleen op het continent Antarctica [12]. In het vrijlevende haploïde amoebe- en het diploïde plasmodiumstadium voedt de schimmel zich met bacteriën [1,2,13,16]. Voor de vorming van sporenvormende structuren is geen lichtprikkel noodzakelijk [16]. In een Japans onderzoek werden de "vruchtlichamen" vooral gezien in de maand juli, en uitsluitend op bladeren van altijd-groene eiken- en hulstbomen (Quercus glauca, Ilex pedunculosa) [11]. Wij vonden ze echter in februari, op bladeren van bladverliezende loofbomen. In een onderzoek in de Filippijnse hoofdstad Manila werd ontdekt dat de sporen van slijmschimmels (waaronder die van het variabel kristalkopje) tot op een hoogte van 150 meter via de wind kunnen worden verspreid [10]. De levensduur van de sporen is volgens een Amerikaans onderzoek maximaal 6 jaar [15].

Naam
De genusnaam Didymium is een Latinisering van het Griekse woord didumos dat "tweeling" betekent. Volgens kenners heeft deze naam betrekking op het feit dat sommige soorten uit dit geslacht een dubbel peridium (omhulsel rond  de sporen) hebben. De Latijnse soortnaam squamulosum betekent "bedekt met schubjes". Het oppervlak van de sporenbevattende bolletjes van deze Didymium soort laat witte vlokjes op een donkerder achtergrond zien  [8]. Die vlokjes zijn kristallen van calciumcarbonaat, en ze kunnen van het oppervlak loslaten [5,12]. Mitochondria in de schimmeldraden zijn actief betrokken bij de concentratie, opslag en afgifte van calcium [5].  Didymium squamulosum is vermoedelijk niet één enkele soort, maar een complex van verwante soorten [3,4,14]. Op grond van moleculair-biologisch onderzoek van ribosomale "internal transcribed spacers" kon echter geen betrouwbaar onderscheid tussen soorten worden gemaakt [14]. Didymium squamulosum is bekend onder een groot aantal synonieme namen. Deze worden in een Amerikaans artkel opgesomd [3].

Eetbaarheid/nut
De sporenvormende structuren van het variabel kristalkopje zijn voor mensen volstrekt oneetbaar.

Waar gevonden
Wij maakten bovenstaande foto van variabele kristalkopjes op een gevallen blad, langs het laarzenpad bij de noordwestpunt van het terrein van de gasopslag in Grijpskerk (Gr.). De schimmel is vermoedelijk heel algemeen [9], maar wordt gemakkelijk over het hoofd gezien omdat de sporenvormende structuren erg klein zijn en een onopvallende kleur hebben.

Literatuur
1. Clark J (1995) Myxomycete reproductive systems: additional information. Mycologia 87:779-786.
2. Clark J (2003) Plasmodial incompatibility in the myxomycete Didymium squamulosum. Mycologia 95:24-26.
3. Clark J, Haskins EF (2018) A taxonomic guide to the species of Didymium (Didymiaceae, Physarales, Myxomycetes) I. The stipitate species. Asian Journal of Mycology 1:22-62.
4. ElHage N, Little C, Clark JD, Stephenson SL (2000) Biosystematics of the Didymium squamulosum complex. Mycologia 92:54-64.
5. Gustafson RA, Thurston EL (1974) Calcium deposition in the myxomycete Didymium squamulosum. Mycologia 66:397-412.
6. Jagers M, van Tweel M (2019) Slijmschimmels uit de supermarkt! Kijk op Exoten, April, 4-6
7. Kochergina A, Schnittler M (2025) Epiphytic and fimicolous myxomycetes on the island Hiddensee (Germany): rare species, new genotypes and unexpected ecological preferences. European Journal of Protistology 99:126153.
8. Raukopfschleimpliz - Didymium squamulosum. Document op 123pilzsuche.de.
9. Roelandse AA (2025) Variabel kristalkopje (Didymium squamulosum). Document op yavannah.nl.
10. Siscar AH, Sombilon DRC, Octaviano LEI, Bennett RM, Dela Cruz TEE (2023) Vertical spore dispersal of myxomycetes in an urban high residential building. Philippine Journal of Systematic Biology 17:61-68.
11. Takahashi K, Iuchi Y (2014) Seasonal patterns of myxomycete occurrences on varied leaf-litters in a mixed forest of warm temperate Western Japan. Journal of Japanese Botany 89:383-393.
12. Variabel kristalkopje. Document op nl.wikipedia.org.
13. Watanabe A (1932) Über die Bedeutung der Nährbakterien für die Entwicklung der Myxomyceten-Plasmodien. The Botanical Magazine 46:247-255.
14. Winsett KE, Stephenson SL (2008) Using ITS sequences to assess intraspecific genetic relationships among geographically separated collections of the myxomycete Didymium squamulosum. Revista Mexicana de Micología 27:59-65.
15. Winsett KE (2011) Intraspecific variation in response to spore-to-spore cultivation in the myxomycete, Didymium squamulosum. Mycosphere 2:555-564.
16. Zhu X, Moodley O, Wang Q, Li Y (2018) The life cycles of two species of Myxomycetes in Physarales, Physarum rigidum and Didymium squamulosum. Journal of Basic Microbiology 59:658-664.

Terug naar de soortenlijst