Vleeskleurige zalmplaat (Clitopilus geminus)
ZijaanzichtOnderaanzicht
De vleeskleurige zalmplaat is een middelgrote paddenstoel (doorsnee van de hoed 3 tot 10 cm), die meestal groepsgewijs verschijnt onder struiken, dikwijls op tamelijk vochtige plaatsen waar ook brandnetels groeien [1]. Duitsers beschouwen hem daarom als een nitrofiele soort [16]. Een Engelse website zegt: "in gemengd bos, tuinen en op houtsnippers" [12], de Duitse Wikipedia: "in naald- en loofbos, weiden, parken en wegbermen" [17]. Sommige mycologen zeggen dat hij vooral onder naaldbomen groeit [14], maar volgens anderen staat hij meestal onder loofbomen en struiken [5]. Dit is vermoedelijk afhankelijk van de breedtegraad of de hoogte boven zeeniveau waarop men waarnemingen heeft verricht [18]. De hoed is okerkleurig met lichtroze tinten, of roze vleeskleurig en wordt bij veroudering bruiner. Hij is aanvankelijk bol, maar wordt later vlakker met een lage umbo (bult) en uiteindelijk zelfs ingedeukt. De hoedrand blijft hierbij naar beneden of licht naar binnen gebogen. Het hoedoppervlak is mat, enigszins viltig, niet hygrofaan en niet kleverig, en de rand van de hoed is niet gestreept [1,6,8]. De plaatjes aan de onderzijde van de hoed staan vrij dicht opeen, en zijn beige met een roze tint. De steel van de paddenstoel is 4 tot 8 cm lang en 0,8 tot 2 cm dik, wit en cilindervormig, aan de basis soms wat verdikt of juist versmald. Later wordt hij roze en krijgt lengtevezels, maar de steelbasis  blijft wit [1,6,8]. Het mycelium van de paddenstoel leeft van de afbraak van dood organisch materiaal [1,5,8]. De vruchtlichamen werden in Engeland aangetroffen onder allerlei struiken:  meidoorn, hazelaar, en vlier, allerlei loofbomen:  eik, es, esdoorn, wilg, iep en berk, en ook enkele soorten naaldbomen: lariks, taxus, (fijn)spar en Douglas spar [5]. De sporen hebben een roze kleur [2]. De vleeskleurige zalmplaat wordt beschouwd als een kosmopoliet, dus als een paddenstoel die over vrijwel de hele wereld voorkomt [9].

Naam
De genusnaam Clitopilus is van twee Griekse woorden afgeleid en betekent "gebogen hoed".  De Latijnse soortnaam geminus betekent "samen geboren", "als tweeling geboren", "dubbel", "tweevoudig" of "gepaard". Deze heeft vermoedelijk betrekking op het feit dat de vruchtlichamen doorgaans in kleine groepjes bijeen staan en vaak aan de steelvoet met elkaar zijn vergroeid (zoals de linker exemplaren op het zijaanzicht hiernaast) [1]. Rhodocybe gemina, Agaricus geminus en Rhodocybe truncata zijn synoniemen van Clitopilus geminus, naast Hypophyllum geminum [6], Agaricus truncatus, Rhodopaxillus truncatus, en Tricholoma geminum [2]. Op een Franse website worden er nog meer synoniemen genoemd [7].

Eetbaarheid/nut
De paddenstoelen hebben een melige, een licht fruitige, of een aangenaam kruidige geur [1,3,11,14]. De geur kan ook zwak zijn of helemaal ontbreken [5].  Ze smaken nootachtig [1,11], maar na kauwen licht bitter [4,11]. Volgens twee Duitse, een Engelse, twee Baskische en een Kroatische site zijn ze goed eetbaar, maar te zeldzaam om te worden verzameld [3,6,10,11,15,17]. Volgens een Italiaanse en een Franse site smaken ze daarentegen slecht [4,7]. De paddenstoel kan worden verwisseld met de bittere bruine dikhoed (Leucopaxillus gentianeus) [9] die voor zover wij weten echter niet in Nederland voorkomt. De vruchtlichamen van die soort smaken extreem bitter en zijn om die reden volstrekt oneetbaar. In  Zuid Europa kan de vleeskleurige zalmplaat ook verwisseld worden met Clitocybe amoenolens, een buitengewoon giftige trechterzwam die jarenlang aanhoudende hevige pijnklachten kan veroorzaken [13].  Op een Baskische [15] en een Duitse {18] site worden nog meer mogelijke dubbelgangers genoemd.

Waar gevonden

In augustus 2023 vonden we in struweel aan de oostkant van een verhard pad dat de noordoostpunt van de Jilt Dijksheide in Trimunt (Gr.) van de Hof van Arcadia scheidt een aantal vruchtlichamen van de vleeskleurige zalmplaat. Het struweel bestond o.a. uit Spaanse aak (Acer campestre).

Literatuur
1. Clitopilus geminus. Document op ultimate-mushroom.com.
2. Contu M (1999) Ecologia e tassonomia del genere Rhodocybe R. Maire (Basidiomycetes, Entolomataceae) in Sardegna. Revista Catalana de Micologia 22:5-14.
3. Gewalt D (2025) Rhodocybe gemina Würziger Tellerling. Document op fundkorb.de.
4. Inzaina S. Rhodocybe gemina (Paulet) Kuyper & Noordel. Document op sardegnafunghi.it.
5. Mattock G (2005) Rhodocybe gemina - a good year in Hampshire for a rare species. Field Mycology 6:65-67.
6. O'Reilly P (n.d.) Rhodocybe gemina (Paulet) Kuyper & Noordel. - Tan Pinkgill. Document op first-nature.com.
7. Péan R (2007) Clitopilus geminus (Paulet) Noordeloos & Co-David. Document op mycodb.fr.
8. Rhodocybe gemina. Document op en.wikipedia.org.
9. Rhodocybe gemina (Paulet) Kuyper & Noordel. Document op fungipedia.org.
10. Rhodocybe gemina (Fr.) Kuyper & Noordel. Document op errotari.com/Micologia/.
11. Romac O. Clitopilus geminus (Paulet) Noordel. & Co. David. Document op cromushrooms.eu.
12. Tan Pinkgill Rhodocybe gemina. Document op discoverthewild.co.uk.
13. Tanchaud P (2024) Rhodocybe gemina (Fr.) Kuyper & Noordeloos. Document op mycocharentes.fr.
14. Tejkal K, Sojka V (2025) Rhodocybe gemina (Fr.) Kuyper & Noordel. 1987. Document op myko.cz.
15. Ubillos J (2020) Rhodocybe gemina. Document op fichasmicologicas.com.
16. Winterhoff W (2002) Großpilze in Robinienwäldern des nördlichen Oberrheingebietes. Abh Delattinia 28:247-264.
17. Würziger Tellerling. Document op de.wikipedia.org.
18. Würziger Tellerling, Würziger Rötelritterling, Fleischrötlicher Tellerling. Document op 123pilzsuche.de.

Terug naar de soortenlijst (buiten Zuidhorn)